Koellastberekening
Home Comfort

Heeft u vragen?

Wij helpen u graag verder met meer informatie.

Centraal: +31 161 228700

Praktijkkennis klimaatbeheersing

Informatie over de praktijkgerichte berekening van de noodzakelijke apparaatcapaciteit en de techniek van de verschillende koelsystemen in één overzicht



Snelle berekening van benodigde koelcapaciteit voor woon- en kantoorruimten

Hoeveel capaciteit is nodig voor het koelen van een ruimte?
Hiervoor geldt een vuistregel: Elke kubieke meter ruimte-inhoud vraagt een koelvermogen van 30 Watt.

Volgens deze vuistregel kan de benodigde koelcapaciteit snel en eenvoudig worden bepaald, zoals hierna berekend op basis van het voorbeeld voor een ruimte met een oppervlak van 35 m² en een ruimtehoogte van 2,5 m:

35 m² x 2,5 m ruimtehoogte =
87,5 m³ ruimte-inhoud x 30 Watt =
2.625 Watt

Dit is echter slechts een globale berekeningsformule voor moderne geïsoleerde woon- en kantoorruimten (norm voor energieneutrale woningen). Bovendien is de benodigde koelcapaciteit ook afhankelijk van de “Warmtebelasting” van de ruimte: Zo spelen bij de keuze van de airconditioner ook instraling van zonlicht, isolatie, raamgrootten, aantal personen en warmtebronnen een grote rol.


Geen regel zonder uitzondering

Niemand heeft werkelijk 1,47 kind. Toch is dit het statistisch gemiddelde voor Duitsland. Ook zal in de praktijk geen sprake zijn van een ideale typische ruimte, die als uitgangspunt voor de 30 Watt-regel voor de ruimtegrootteberekening van het koelvermogen wordt gebruikt. Desondanks zal deze ruimte statistisch gezien het meest van toepassing zijn, daarom dient deze als uitgangspunt voor de berekening.

U kunt het principe van de fabrieksspecificaties voor het brandstofverbruik van uw auto. 100% zullen deze waarden in de praktijk nooit worden bereikt, maar alle fabrikanten volgen dezelfde wettelijke testprocedures, om de verschillende voertuigen met elkaar altijd te kunnen vergelijken. Zo gaat het ook bij airconditioners.

De geschiktheidsaanbeveling voor ruimtegrootten is gebaseerd op ideale typische voorwaarden, de weliswaar heersen bij het statistische gemiddelde, maar zelden 1 op 1 in de realiteit. Als individuele fabrikant kunnen we de typische apparaatspecificaties niet wijzigen, omdat dan het vergelijken met modellen van de concurrent niet meer mogelijk is. Want één ding is zeker: Een apparaat met een typische specificatie voor 30 vierkante meter heeft bij alle fabrikanten min of meer dezelfde koelcapaciteit. En een eventueel aanwezige ruimtegrootte-aanbeveling is meestal gebaseerd op de regel 30 Watt per kubieke meter.


Praktijkgericht plannen en rekening houden met reserves

Wilt u een duidelijk merkbaar koeleffect bereiken, ga er dan bij de capaciteitsberekening voor de zekerheid vanuit, dat uw ruimte op alle gebieden overeen komt met de statistische norm en houd daarom rekening met capaciteitsreserves. Niet in de laatste plaats, omdat het aantal ruimtegebruikers schommelt en tussendoor weerfasen met zeer grote hitte kan ontstaan.

Hier komt het niet alleen aan op de individuele eisen, voor realiseren en handhaven van een aangenaam ruimteklimaat ook onder veranderlijke omstandigheden.

Zoals de volgende grafiek toont, kunnen de meest uiteenlopende factoren de ruimtegrootte-aanbeveling beïnvloeden, zodat niet meer kan worden gerekend met 30 watt per kubieke meter, maar met tot wel 60 watt of zelfs meer. Dit betekent, dat bijvoorbeeld een voor een ruimtegrootte van 40 m² aanbevolen airconditioner onder de veranderlijke omstandigheden slechts ruimten tot maximaal 20 m² effectief kan koelen.

Benodigde koelvermogen realistisch berekenen met alle relevante factoren

Online capaciteitsberekening:

Nauwkeurig op de behoefte afgestemde koellastberekening is een complexe materie, niet voor niets worden grotere projecten berekend door opgeleide klimaattechnici. Gebruik daarom voor een gedetailleerde berekening eenvoudig onze Online-calculator.



Algemene koelcapaciteitsbehoefte waarbij rekening wordt gehouden met aard en gebruik van de ruimte:

  • 30 Watt per kubieke meter
    voor typische ideale standaardruimten met isolatie voor energieneutrale huizen, normale raamoppervlakken en gebruik door weinig personen
  • 10 Watt per kubieke meter extra
    bij slechte isolatie
  • 10 Watt per kubieke meter extra
    bij meer dan 3 personen in de ruimte
  • 10 Watt per kubieke meter extra
    bij een bovengemiddeld raamoppervlak
  • 10 Watt per kubieke meter extra
    bij ramen/buitenwanden op het zuiden
  • 50 Watt per kubieke meter
    voor ruimten in zolderwoningen.
    Vooral in zolderwoningen in de oudbouw, blijft het bepalen van de benodigde koelcapaciteit door ontbrekende detailkennis desondanks moeilijk. Voor de zekerheid dan met 60 Watt per kubieke meter rekening houden, bij slecht geïsoleerde daken en veel dakramen zelfs nog meer.
  • 55 Watt per kubieke meter
    voor gebruik van airconditioners in bouwcontainers

Online capaciteitsberekening:

Nauwkeurig op de behoefte afgestemde koellastberekening is een complexe materie, niet voor niets worden grotere projecten berekend door opgeleide klimaattechnici. Gebruik daarom voor een gedetailleerde berekening eenvoudig onze Online-calculator.


Belangrijke informatie voor koelen van complete woningen:

Ruimte-airconditioners zijn, zoals de naam al zegt, ontworpen voor klimaatbeheersing binnen één ruimte – niet meerdere ruimten. Ook als het gaat om een grote ruimte van bijvoorbeeld 70 m², kan de voor deze ruimte berekende koelcapaciteit niet eenvoudig worden overgedragen op een woning die 70 m² groot is en meerdere ruimten heeft. Want ook een airconditioner, waarvan de capaciteit is gedimensioneerd voor deze ruimtegrootte, realiseert de gewenste koeling alleen bij een volledige luchtcirculatie in de ruimte – bij een woning dus in alle ruimten.

Hoewel de airconditioners uit de PAC-serie voor dit doel al zijn uitgerust met sterke radiale ventilatoren, waarvan de constructie een ver luchttransport mogelijk maakt, is een gelijkmatige verdeling van de lucht naar meerdere kamers van een woning echter met één enkele airconditioner niet mogelijk.

Onze tip: Voor zover de koelcapaciteit van de airconditioner is ontworpen voor het totale oppervlak van twee naast elkaar gelegen ruimten, kan door de betreffende luchtuitstroomrichting van de airconditioner en met behulp een geschikte ventilator, koude lucht ook gericht worden verdeeld in de naastliggende ruimte.


Goede gebruiksplanning is de halve koude

“Alleen even inschakelen en een beetje koelen” – dat is wellicht de meest voorkomende beginnersfout van bezitters van airconditioners en vaak ook de oorzaak voor ergernis over de klaarblijkelijk onvoldoende capaciteit van het apparaat.

Om de slaapkamer s’ nachts koel te houden, wordt de airconditioner bijvoorbeeld tegen de avond slechts enkele uren gebruikt en daarna uitgeschakeld. Voelbare momentopname: Aangenaam koel – alles perfect.

Dit zal echter niet lang zo blijven, want de airconditioner koelt alleen de huidige ruimtelucht. 95% van de gedurende de dag verzamelde warmte-energie is echter niet aanwezig in de lucht, maar opgeslagen in wanden, vloeren, plafonds en meubels. En deze warmte geven ze tijdens de nacht permanent weer af aan de ruimtelucht, die door het feit dat de airconditioner is uitgeschakeld, weer wordt opgewarmd!

Indien mogelijk kunt u de airconditioner in dergelijke gevallen dus beter overdag door laten draaien, zodat wanden, vloeren, plafonds en meubelen overdag minder warmtebuffers kunnen vormen, omdat de opgeslagen warmte zo permanent wordt overgedragen aan de ruimtelucht en daarna via de airconditioner worden afgekoeld. Dankzij deze methode blijven de ruimten ook bij avonduitschakeling tot in de nacht aangenaam koel.

Een “Koudebuffer” in wanden kan echter zelfs bij een permanente klimaatbeheersing niet worden bereikt, omdat de wanden van buiten steeds weer “Opladen” met warmte.

Praktische tip:

Zelfs als het mogelijk is met het toegepaste apparaat, moet de ruimtetemperatuur niet teveel worden afgekoeld. Hierdoor neemt niet alleen het energieverbruik onnodig toe, ook verkoudheden in de zomer kunnen deels worden toegeschreven aan de “Koudeshock” bij het betreden van een gekoelde ruimte. Daarom raden wij aan de ruimtetemperatuur circa 3 °C, echter niet meer dan 5 °C onder de buitentemperatuur in te stellen.

Wist u dat?

De mens 100 % van z’n prestatievermogen bereikt bij een omgevingstemperatuur van 20 °C. Bij 28 °C daalt het prestatievermogen echter naar 70 % en bij 33 °C zelfs naar 50 %.

In Duitsland is daarom bijvoorbeeld in de “Werkruimterichtlijn ruimtetemperatuur” (ASR A3.5) vastgelegd dat de temperatuur op kantoorwerkplekken niet hoger mag zijn dan 26 °C.


Praktijkkennis koelprocessen: Werkingsprincipe en technische verschillen in één overzicht

Monoblock- of split-apparaat, enkelslang- of tweeslangen-techniek, verdampingskoeler of koudemachine? Wie zoekt naar het ideale apparaat voor verfrissende ruimtekoeling bij hoge temperaturen, kan bij de talrijke opties en meest uiteenlopende processen makkelijk het overzicht verliezen.

Allereerst: Het enige en absoluut optimale proces bestaat niet. Hoe verschillend ook de uitgangsparameters als ruimtegrootte, koelmethode, comforteisen, installatieomvang en uiteraard budget zijn, zo verschillend kan per individuele situatie ook de perfecte oplossing zijn.

Exact om deze reden, heeft Trotec talrijke kwaliteitsapparaten voor u in het programma met de meest uiteenlopende koelprocessen. Zo vindt u bij Trotec altijd het meest geschikte apparaat voor uw eigen persoonlijke behoefte en bovendien profiteert u van de beste prijs-/prestatieverhouding van een toonaangevende aanbieder op de markt!


Mobiele aircosystemen – comfortabele koudemachines

Werkingsprincipe compressorkoudesysteem

Voor een beter begrip vooraf enige koudetechniek:

In tegenstelling tot luchtkoelers – ook aircoolers genoemd – koelen alle airconditioners uit onze PAC-serie de ruimtelucht via een krachtige compressorkoudesysteem. Hierbij wordt een koudemiddel door twee warmte-overdrachtselementen geleid – condensor en verdamper. Via een compressor en ­expansieklep wordt het koudemiddel binnen dit gesloten circuit blootgesteld aan wisselende drukken, waardoor het gas bij het comprimeren wordt verhit en bij het ontspannen afkoelt. De hitte wordt bij de condensor naar buiten geleid en de koude bij de verdamper in de ruimte geblazen.

Inclusief luchtontvochtiging

Omdat de lucht bij de verdamper tot onder het dauwpunt afkoelt, condenseert tegelijk ook het vocht uit de lucht – de lucht wordt dus niet alleen gekoeld, maar tegelijk ook ontvochtigt, wat over het algemeen het welzijn positief bevordert en zorgt voor een aangenaam ruimteklimaat, omdat zwoele lucht meestal als drukkend en onaangenaam wordt ervaren.

Afhankelijk van de constructie zijn deze koudemiddelen bij Trotec als split- of monoblock-airconditioners verkrijgbaar, de laatste als enkelslang- of tweeslangen-techniek.

Zonder slang geen koelte, de warmte moet naar buiten

Zonder slang geen koude!

Laat u niet van de wijs brengen door airconditioner-afbeeldingen, die een volledig slangloze toepassing suggereren – minimaal één slang is onontkoombaar, al ziet u die niet altijd! Waarom? Heel eenvoudig:

Airconditioners zijn compressor-koudesystemen. En die genereren zowel koude als warmte – onveranderlijke natuurkunde. De geregenereerde koude is gewenst in de ruimte, de warmte echter niet. Daarom moet deze weg, naar buiten.

Bij split-apparaten is deze automatisch buiten, want hier wordt de warmte direct afgeleid naar de buiten opgestelde condensor. Desondanks hebben ook deze apparaten een verbindingsleiding nodig voor het circulerende koudemiddel, die het warmtetransport waarborgt.

Bij een monoblock-constructie (zie bovenstaande afb.), ontstaat de warmte centraal in het apparaat en moet daarom naar buiten worden geleid, zonder zich weer te mengen met de binnenruimtelucht en deze weer op te warmen.

Hiervoor dient altijd minimaal één afvoerluchtslang, die daarom een vast onderdeel is van elke op de markt verkrijgbaar monoblock-airconditioner, ook als deze bij de toepassingsafbeelding niet direct te zien is.


Monoblock-airconditioners met enkelslang-techniek

Monoblock-airconditioners met enkelslang-techniek

Deze constructie is van toepassing op de meeste PAC-airconditioners van Trotec. Alle techniek is hierbij ruimtebesparend ingebouwd in dezelfde behuizing en de door het proces ontstane warmte wordt via een centrale afvoerluchtslang via raam- of deurspleet naar buiten geleid – vandaar enkelslang-techniek.

Door de doorlopende afvoer van deze warme lucht, ontstaat een lichte onderdruk, die door het aantrekken van warme lucht van buiten en aangrenzende ruimten wordt gecompenseerd. Het positieve effect is dat doorlopend verse lucht (zuurstof) wordt toegevoerd aan de ruimte. Zo gaat echter 20 tot 30% van de energie door de aangetrokken, warme buitenlucht verloren. Dit energetische nadeel is meestal echter alleen in eerste instantie negatief. Want zijn personen aanwezig in de ruimte, is ook zuurstof noodzakelijk, die via split-apparaten tijdens recirculatiebedrijf niet in de ruimte komt.

Monoblock-apparaten met enkelslang-techniek onderscheiden zich vooral door de voordelige combinatie van een krachtige koeling, doorlopende toevoer van verse lucht en zeer eenvoudige hanteerbaarheid. Het flexibel gebruik in verschillende ruimten wordt zo moeiteloos mogelijk. Monoblock-airconditioners zijn ook een voordelig alternatief als het gaat om ruimtekoeling.


Monoblock-airconditioners met tweeslangen-techniek

Monoblock-airconditioners met tweeslangen-techniek

Net als enkelslang-apparaten, wordt hierbij via een afvoerluchtslang de hete lucht vanuit het proces naar buiten geleid, maar wordt tegelijk via een tweede extra slang weer evenveel verse lucht toegevoerd.

Op deze wijze is ten opzichte van enkelslang-apparaten een drukneutraal circulatiebedrijf mogelijk zonder het aanzuigen van warme lucht van buiten, waardoor de apparaten weliswaar efficiënter worden, maar de vereiste installatieomvang iets groter is. Want in plaats van slechts een, moeten bij dit proces twee slangen worden geïnstalleerd.

Deze apparaten zijn energetisch efficiënter dan monoblock-apparaten met enkel-slangtechniek, het nadeel is hier echter ook, net als bij split-apparaten, dat geen verse lucht (zuurstof) wordt toegevoerd aan de ruimte.


Mobiele split-airconditioners

Bij split-apparaten, zoals de PAC 4600 zijn condensor (buiteneenheid) en de verdamper (binneneenheid) constructief gescheiden.

De op een balkon, terras, vensterbank of ergens anders in de buitenlucht opgestelde buiteneenheid, wordt via een verbindingsleiding aangesloten op de ruimte-airconditioner.

Omdat hier de tijdens het koelproces ontstane warmte door de verbindingsleiding (heet koudemiddel) via de buitenunit wordt afgevoerd, is bij split-apparaten in tegenstelling tot monoblock-airconditioners geen afvoerluchtslang nodig voor het afvoeren van warme lucht.

Split-airconditioners hebben in vergelijking tot monoblock-airconditioners een duidelijk betere energie-efficiëntie, omdat de af te voeren warmte buiten in de buiteneenheid ontstaat en niet de binneneenheid. Zo hoeft de warmte die wordt onttrokken aan de ruimtelucht, ook niet net als bij monoblock-airconditioners door een afvoerluchtslang naar buiten te worden geleid. Dit heeft weer tot gevolg, dat geen onderdruk ontstaat en dus ook geen warme buitenlucht naar binnen in de te koelen ruimte wordt teruggezogen.

De betere energie-efficiëntie heeft echter wel een slechtere zuurstofbalans tot gevolg.

Split-airconditioners zijn het best vergelijkbaar met het circulatiebedrijf van een airconditioner in de auto. Dezelfde lucht wordt steeds door het aggregaat geleid, dus wordt de ingezogen lucht steeds koeler en is steeds minder energie nodig voor het koelen.

Wordt echter in de auto permanent alleen in circulatiebedrijf gekoeld, zo komt er een moment dat de zuurstof in de ruimte verbruikt. Zo gaat het ook bij split-apparaten. Dezelfde lucht wordt steeds weer verder gekoeld en op een gegeven moment is de zuurstof in de ruimte verbruikt door de in de ruimte aanwezige personen. Dan moet worden geventileerd om verse zuurstof in de ruimte te leiden. Dit verslechtert weer het energetische voordeel t.o.v. monoblock-apparaten. Het voordeel is relatief op basis van de zuurstofbehoefte in de ruimte.

Werkingsprincipe split-airconditioner

Conclusie: Hoe meer personen aanwezig zijn in de ruimte, hoe meer de energiebalans van resp. split- en monoblock-apparaten door de noodzakelijke ventilatiecycli bij elkaar in de buurt komen.

Een algemeen geldende regel, waarbij welk systeem de meest voordelige is, kan niet worden aangegeven en is afhankelijk van de individuele gebruiksomstandigheden. Zijn geen personen aanwezig in de ruimte (serverruimte, koelcel, etc.), is het energetische voordeel t.o.v. monoblock-airconditioners het grootst.

Nog een voordeel is de geluidsontwikkeling. Split-airconditioners zijn over het algemeen stiller dan monoblock-airconditioners, omdat een deel van het ventilatiesysteem is ondergebracht in de buiteneenheid.

In monoblock-airconditioners worden echter alle ventilatoren voor koeling en warmeluchtafvoer volledig ingebouwd in de binneneenheid, waardoor systeemgerelateerd automatisch meer geluidsontwikkeling ontstaat.


Adiabatische koeling met mobiele aircoolers

Schema adiabatische koeling

Aircoolers, zoals de PAE-serie zijn luchtkoelers en beschikken ten opzichte van PAC-airconditioners niet over een comperssoraangedreven koudesysteem, maar koelen de ruimtelucht via een natuurlijk principe van waterverdamping, ook wel adiabatische koeling genoemd. Iedereen kent dit koeleffect, bijvoorbeeld door verdamping van zweet of bij koelere lucht in de buurt van watervallen, rivieren en meren.

Het natuurkundige proces in het kort: Om te kunnen verdampen heeft water energie nodig die in de vorm van warmte onttrokken wordt aan de omgevingslucht, waardoor de lucht afkoelt. Hierbij is het belangrijk te weten dat de in onze ruimtelucht opgeslagen energie kan worden onderverdeeld in voelbare, zogenaamde sensibele warmte, en latente dus verborgen warmte.

De clou: Alleen de sensibele warmte is relevant voor de temperatuur en daarom meetbaar met een thermometer. Omdat bij de verdamping exact deze sensibele warmte wordt verbruikt en daarna als latente energie wordt opgeslagen in de waterdamp in de lucht, is adiabatische koeling met luchtkoelers een volkomen natuurlijke en bovendien voordelige koelmethode zonder extreme energiebehoefte voor het koelproces van een compressoraangedreven aircosysteem, zoals bij de PAC-apparaten – in de praktijk echter vooral geschikt voor kleinere ruimten en bij geringe temperatuurverschillen. Het werkingsbereik bij adiabatische koelapparaten is zeer bepekt en kan niet zo eenvoudig worden uitgebreid als bij het gebruik van krachtige compressorkoudesystemen.

Luchtkoelers voor privégebruik, werken praktisch allemaal via directe koeling – ze voegen dus door waterverdamping direct vocht toe aan de toegevoerde lucht. Hierdoor is geen extra procesluchtafvoer, net als bij de monoblock-apparaten noodzakelijk waardoor de apparaten enerzijds zeer eenvoudig te hanteren zijn, omdat ze alleen hoeven te worden opgesteld en ingeschakeld, anderzijds wordt de ruimteluchtvochtigheid echter verhoogd.


Luchtkoelers zijn het meest effectief in ruimten met vooral droge lucht (onder 40% r.v.) en kunnen bij een temperatuurdaling altijd slechts tot in de buurt van luchtverzadigingsgrens worden gebruikt, dus bijvoorbeeld van 25 °C/50 % r.v. tot een theoretische waarde van maximaal 18 °C/98 % r.v. Dit temperatuurverschil is echter puur theoretisch en niet relevant voor de praktijk, want bij een relatieve ruimteluchtvochtigheid van 98%, is het gevoelde ruimteklimaat onaangenaam drukkend en zeer zwoel (zie Behaaglijkheidsgrafiek).

Doorgaans kunnen met mobiele luchtkoelers uit de PAE-serie in kleine ruimten, afhankelijk van de luchtvochtigheid en starttemperatuur, temperatuurverschillen van 1 - 2 °C worden bereikt, zonder dat de ruimteluchtvochtigheid onaangenaam hoog wordt.

Bij luchtkoelers is het rendement afhankelijk van verschillende factoren, bijvoorbeeld de ventilatorcapaciteit en het oppervlak van het verdampingsfilter. Zoals zichtbaar bij de theoretische voorbeeldwaarden, stijgt bij het gebruik van directe koelers procesgerelateerd tegelijk ook de luchtvochtigheid in de ruimte merkbaar, hetgeen niet altijd gewenst is. Bij stijgende ruimteluchtvochtigheid neemt tegelijk ook het koelvermogen van de apparaten af.

Daarom is het koelrendement van aircoolers ook altijd direct afhankelijk van de algemene weersomstandigheden: Is de lucht heet en droog, bereiken aircoolers hun hoogste rendement. Bij zwoelwarm weer kan echter vrijwel geen koelcapaciteit meer worden bereikt. Nog erger: Door de extra bevochtiging van de al vochtige lucht wordt het ruimteklimaat in dit geval als nog aangenamer ervaren.

Dit is het gevolg van het proces en heeft daarom betrekking op alle aircoolers op de markt, ook als aanbiedingen van concurrenten iets anders kunnen suggereren.

In tegenstelling tot airconditioners met compressor, schommelt de effectiviteit van aircoolers door het proces zeer aanzienlijk in relatie tot de heersende klimaatomstandigheden: Van de maximaal koelende werking (1 tot 3 °C temperatuurverlaging) bij hete droge lucht, tot vrijwel geen merkbare koelende werking bij zwoel-warme ruimtelucht.
Klimaatafhankelijke rendement van aircoolers

Behaaglijkheidsgrafiek

Airconditioner of luchtkoeler – beslissingshulp

Met 10 tot 18 °C verschil tussen de ingaande lucht en uitgaande lucht bij het apparaat, produceren de airconditioners uit de PAC- en PT-serie veel grotere temperatuurverschillen dan luchtkoelers, die doorgaans slechts een verschil van 1 tot 3 °C bereiken.

Omdat tegelijk ook doorlopend weer warmte aan de ruimte wordt toegevoerd, bijvoorbeeld door wanden of deurspleten, kan de ruimtelucht met compressoraangedreven airconditioners onder de streep ca. 4 tot 15 °C afkoelen – altijd afhankelijk van het gebruikte model en de klimatologische omstandigheden in de ruimte (temperatuur en relatieve luchtvochtigheid).

Het is echter, behalve bij enkele speciale koudemachines, met de in de handel verkrijgbare airconditioners niet mogelijk een lagere ruimtetemperatuur dan 16 °C te bereiken, omdat de apparaten vanaf deze waarde doorgaans uitschakelen. Concreet: Ook als de airconditioner technisch in staat is ruimten 15 °C af te koelen, zou deze een 24 °C warme ruimte maximaal tot 16 °C afkoelen!

Uiteindelijk zijn de bereikbare temperatuurverschillen in de ruimte, die de airconditioner, resp. de aircooler kunnen bereiken, altijd afhankelijk van de ruimtegrootte en de koelcapaciteit van het apparaat. Daarom graag altijd rekening houden met de in de technische gegevens van de apparaten aanbevolen maximale ruimtegrootten, evenals met alle hierboven genoemde beïnvloedende factoren!

Samengevat kan worden gezegd dat het sterk afhankelijk is van de toepassing, de gebruiksomstandigheden, persoonlijke eisen en niet in de laatste plaats van de individuele bereidheid om te investeren of een aircosysteem of een aircooler de juiste keuze is.

Aircoolers zijn voordelig in aanschaf en stroomverbruik, snel en eenvoudig te installeren en hebben geen warmteafvoer naar buiten in de vorm van een koudemiddelleiding of een heteluchtafvoerslang nodig. Anderzijds is de koelcapaciteit sterk afhankelijk van de luchtvochtigheid en beperkt tot enkele graden Celsius.

Bovendien is de koelende werking bij aircoolers afhankelijk van de weersomstandigheden. Het maximale rendement bereiken aircoolers in een heet, droog klimaat. Bij een zwoel-warm klimaat, daalt de koelcapaciteit echter vrijwel tot nul.

Airconditioners uit de PAC- en PT-serie zijn echter echte koudemachines, waarvan de koelcapaciteit weliswaar ook afhankelijk is van de luchttemperatuur en -vochtigheid, echter veel minder dan bij luchtkoelers.

In tegenstelling tot luchtkoelers, ontvochtigen airconditioners de ruimtelucht, wat vooral bij een hoge luchtvochtigheid positief merkbaar is. Airconditioners, zoals de PAC- en PT-serie hebben een compressor, evenals een compleet koudesysteem ingebouwd en liggen daarom qua aanschafprijs en stroomverbruik duidelijk hoger dan aircoolers.

De ontstane af te voeren warmte is niet net als bij aircoolers opgenomen in de vochtige afvoerlucht, maar wordt afgevoerd naar buiten. Hierdoor heeft elke compressoraangedreven aircosysteem een hetelucht-afvoerluchtslang (monoblock-airconditioners) of een koudemiddel-verbindingsleiding naar de buitenkoeler (split-apparaten) nodig. Daarom is het installeren van airconditioners altijd uitgebreider dan bij aircoolers.

Overzicht: Procesverschillen in een snelle vergelijking

Aircoolers

Airconditioners (compressoraangedreven)

Toepasbaar zonder afvoerluchtslang of koudemiddelverbindingsleiding ja nee
Temperatuurverschil* (∆T) tussen aanzuiglucht en uitgeblazen koellucht bij het apparaat 1 tot 3 °C 10 tot 18 °C
Ruimtetemperatuur afkoelen met ca. max. 2 °C max. 15 °C
Luchttemperatuur, waarnaar de ruimten maximaal kunnen worden afgekoeld 18 °C
Aanschafprijs direct vergeleken laag hoog
Energieverbruik direct vergeleken lager hoger
Effectieve koelcapaciteit ook bij hoge ruimteluchtvochtigheid nee ja
Invloed van klimatologische omstandigheden op de koelcapaciteit hoog gering
Procesgerelateerde luchtvochtigheidsbeïnvloeding luchtbevochtiging luchtontvochtiging
Merkbaar koeleffect ook bij zwoel-warme klimatologische omstandigheden** nee ja
Merkbaar koeleffect ook bij droog-hete klimatologische omstandigheden** ja ja

* afhankelijk van rel. luchtvochtigheid, ** afhankelijk van de luchttemperatuur en rel. luchtvochtigheid, evenals de correcte dimensionering van het apparaat

De ondernemingsgroep  |  Beurs  |  Blog  |  Vacatures  |  Contact  |  Impressum  |  Sitemap
Sociaal